FRANS HOGERWAARD (1882 - 1921)

Ik open met dit schilderij. We zijn in Parijs. Wie wil er niet verder kijken ?

http://www.onderdeboompjes.nl/inc/upload/kavels/74/74_FVS-1-n1.jpg

Theepartij onder bruine beuk. L.o. gesigneerd, olieverf op doek, 85 x 88 cm.


Manet, Monet, Picasso in de buurt, ja, dat wil wel.

De impressionist Frans (François) Hogerwaard werd 10 nov. 1882 geboren in Weltevreden (Java, N.I.). Hij studeerde cello, en bezocht tevens de School voor Kunst en Kunstnijverheid in Haarlem en aansluitend de Rijksacademie in Amsterdam (1904-1906, Allebé). Ging 1907 met Piet van der Hem naar Parijs, hier ontstond de ets Het huisje van Berlioz. Was in 1908 weer in Holland, behaalde in 1910 de Prix de Rome met Mozes en de strijd tegen de Amalekieten, verbleef daarna als onderdeel van de prijs langere tijd in Rome, Florence, Venetië, Spanje (Madridd), Algiers ; in 1913 was hij weer in Parijs maar ging in St. Cloud wonen ("zijn hart trok naar buiten", Gerdes) Begin 1914 keerde hij naar Holland terug, werkte in Heeze met Gerdes, en betrok in Amsterdam in de Joh. van Campenstraat een atelier. Trad op 15 april 1918 in het huwelijk met Marie Constance Françoise de Bruijn Kops, werkte enkele maanden in Oosterbeek en woonde daarna in den Haag, waar hij – te jong – op 15 juni 1921 overleed. De Prix ontving hij in de vorm van de rijkspenning voor Academische prijsvragen.

Voor kunstenaars die een tijdje in Rome woonden, zoals de Prix de Rome-winnaars, was een bezoek aan Pander een van de eerste agendapunten na aankomst. Hij hielp hen vaak op weg. Veelal hadden zij via de Rijksacademie zijn adres gekregen. Hulp was welkom want vanuit Nederland was het bijna onmogelijk iets te regelen en de vaak jonge kunstenaars voelden zich al snel verloren in de stad. Tjeerd Bottema was bijvoorbeeld uiterst opgelucht toen Pander hem aan het adres hielp van een Oostenrijks echtpaar bij wie hij een kamer kon huren. Ook de Prix de Rome-winnaars A.H. Gouwe, Julie Mijnssen en F. Hogerwaard vonden in het eerste decennium van de twintigste eeuw via Pander geschikte ateliers. De laatste kwam regelmatig aanwaaien in de Via Nomentana waar hij zich thuis voelde. ‘Ik moet oppassen dat men mij niet verwent.’
  Hij toonde van meet af aan een gevarieerde en avontuurlijke onderwerpkeuze. Wie zou op het idee gekomen zijn een bezwijkend paard in een arena, vier ploeterende trekezels, een groepje spelende groepje zigeunermuzikanten en hun bewegingen uit te beelden? Bekend werd hij met zijn figuren en landschappen waarin het licht een belangrijke rol speelt (luminisme). In Den Haag maakte hij naam met (mondaine) portretten waarin invloeden van de Art Nouveau te bespeuren zijn. Zijn eigenlijke kracht lag echter niet in deze portretten. Karakteristieker zijn zijn hoekige Spaanse koppen, en zijn 'Lingeman'.
  De reproducties van zijn werk in Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift jg 1920 en 1929 zijn de moeite van het bekijken echt waard.
  Graag citeer ik stemmen over Hogerwaards Czardas, van welk onderwerp Hogerwaard zowel een ets als een schilderij gemaakt heeft, wat hij wel vaker deed (of het schilderij nog bestaat en waar het zich dan bevindt is mij niet bekend) :
"Daar is vooreerst de Czardas. Hij brengt hier de artiesten van het strijkje in beeld, of liever het wat gezwollen voordrachts-pathos van deze musici. Dit tafereel doet enigszins aan v. d. Hem denken ; maar feller vreet er het zwart in de tronies, sterker is er de opwinding in, juister zijn er de mannen getypeerd" (G. Knuttel, 1920).
  "Dikwijls worden groote werkkrachten vroeg van deze aarde weggeroepen. Dit moet helaas gezegd worden van den jonggestorven Fr. Hogerwaard. Hogerwaard was een zeer bekwaam etser en schilder. Dit laatste blijkt wel uit zijn etsen Kust van Sorrente en Fin Tragique. Maar zijn ets Czardas is een waar meesterwerk. De expressie en beweging der gezichten en handen van de verschillende musici zijn origineel en zeldzaam kundig weergegeven. Ook de compositie is grootsch van opzet en uitvoering" (Lodewijk Bosch, 1927).
  De Czardas (1920) is een prachtige ets, het exemplaar dat ik jaren geleden kon verwerven is afkomstig uit de kunstverzameling van de muziekpublicist Max Prick van Wely, de man die in Het Orgel en zijn Meesters (1931) schreef “Als de eenige orgelcomponist, die met H. Andriessen en De Wolf werkelijk van beteekenis is, moeten wij Cor Kint noemen”. Hogerwaards Czardas is een vroeg voorbeeld van bewegingsuitbeelding op een schilderij, tekening of ets. De handen van het groepje muzikanten vliegen langs de snaren en over de toetsen. Vergelijk de tekeningen van de rijdende Oude Schicht van kasteelheer O. B. Bommel door Marten Toonder, die misschien door afritselboekjes of wie weet door Hogerwaard geïnspireerd was. Ook de tekening van een straatzanger met gitarist en violist op Montmartre komt bij Prick van Wely vandaan.

   

http://www.marxveldt.nl/groot/20984_3g.gif



Setske de Haan = Cissy van Marxveldt zou haar eerste boek Game - and set! onder de schuilnaam Betty Bierema (Sijthoff / Valkhoff 1917) geschreven hebben. Maar ik heb er in bibliotheek of antiquariaat nooit een exemplaar van aangetroffen. Anderen ook niet. Vermoedelijk is de eerste druk toch onder de naam Cissy van Marxveldt verschenen, in twee oplagen, de voorplatten hierboven afgebeeld. Weinig bekend is dat Hogerwaard de illustraties ervoor leverde. In 1923 verscheen de tweede druk van Game - and Set! bij Valkhoff & Co onder de titel "Vriendinnen", met band en ill. van Isidore van Mens. In 1950 nogmaals verschenen, nu onder de titel Op eigen benen, bij uitgeverij Westfriesland.
Hieronder de illustraties van Hogerwaard bij Game - and set ! (zeldzaam).

Inline afbeelding 2    Inline afbeelding 2
“ 't Geeft je wel voldoening, wanneer je alles erin krijgt”
(blz. 15)
  Bewoog zich daar niet iets? (blz. 76)

 

Inline afbeelding 1    Inline afbeelding 3
Doodstil zaten we nu, hand in hand (blz. 102)   „Sta je in Amsterdam ook zoo laat op?” (blz. 133)

 

  Inline afbeelding 4
  Maar Rob was toch de ziel van alles (blz. 207)

 

  Inline afbeelding 3
 
„Il fait si bon pr
ès de toi . . . . ” (blz. 224)

 

Inline afbeelding 1  

aw sijthoff

 

1. Vignet met zinspreuk van uitgever A. W. Sijthoff.        2. Bombastische variant, uitgangspunt voor 1. ?


Litt.

Dr. G. Knuttel Wzn., Jacques Zon en Frans Hogerwaard bij Kleykamp. Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift 1920 / 1, pag. 137-138.
E. Gerdes, Frans Hogerwaard. Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift 1929 / 2, pag. 228-234.
Bosch, Lodewijk. Nederlandsche Prentkunst sedert 1900. Etsen en gravures verzameld en ingeleid door Lodewijk Bosch. Amsterdam, Kosmos, 1927.

 

 

Ets van Frans Hogerwaard 1882-1921
9. Hogerwaard. Ets Slangenbezweerder, Tanger, 43 x 19,5 cm.

Ter vergelijking :

Spaansche Danseres, Barcelona    Willy Sluiter (1873-1949), Spaansche danseres, Barcelona.

"... hij zocht bij 't schilderen van figuur en portret bijna altijd naar een bepaalde allure, naar eene houding en geste die meer in het Zuiden dan in het koele Noorden past. „Chaque peintre fait son portrait", wordt wel eens gezegd en waar Frans door de straatjeugd met de haar eigen rake karakteristiek eens voor „Spaansche stierenvechter" werd uitgescholden,  begrijpt men dat zijn zoeken steeds gericht was op modellen, die hij kon laten gebaren als de figuren, die wij zoo goed van de werken der groote Spaansche meesters kennen. Het stil-neerzitten, zonder gebaar, dat zoo kenmerkend is bij ons Hollanders, inspireerde hem geenszins.
Toch zijn er uitzonderingen. Het portret van zijn moeder is er een van en geeft een staaltje te zien van uitstekende karakteristiek. het oude dametje, dat daar zoo liefdevol en geduldig voor haar groote ezel zit te penseelen is geheel en al zonder pose."
E. Gerdes in Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift, jg 39, deel 78, juli-december 1929, p. 231.


Frans Hogerwaard door Piet van der Hem'

13. Portret van de cellist Johan Lingeman
door Frans Hogerwaard (1913).


- (12). Voilà het onvolprezen portret van Hogerwaard door Piet van der Hem (1885-1961), bekend uit Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift, 1929/2, jg 39, pag. 229 (XLIX), waar het zo treffend naast Hogerwaards portret van de cellist Johan Lingeman uit 1913 geplaatst is (welke opstelling ik hierboven geïmiteerd heb). Een prachtstuk. Is eindelijk weer eens in kleur te zien, bij Kunsthandel Marius Sterrenburg te Amsterdam. Wanneer mijn speurtocht naar Lingeman in kleur succes heeft, staan Hogerwaard en Lingeman op deze plaats weer verenigd naast elkaar, naar Gerdes' idee, maar dan in kleur. Dit portret dat Hogerwaard op zijn paasbest toont, t.g.v. een buitengewoon feestelijke gelegenheid, zo te zien in opperbeste stemming, kan met het verwerven van de Prix de Rome in 1910 in verband worden gebracht. Zie onder bij van der Hem.

- (13). Johan (Johannes Frederik) Lingeman, in de U.S. John Lingeman (1888-1979), Hogerwaards celloleraar vermoed ik, mogelijk een zoon van "muziekmeester" Johannes Gerardus Lingeman (geb. 1848), speelde 1907-1914 ongeveer gelijktijdig met Cor Kint (1909-1915) in het Concertgebouworkest als solocellist, vertrok na een solocarrière in Europa naar de Verenigde Staten, waar hij 1919-1920 in het Cleveland Orchestra speelde, 1923-1924 in het Chicago Symphony Orchestra, lid was van het Sauret Quartet en het Chicago String Quartet, solocellist bij de opera-orkesten van New York en Chicago. Vestigde zich na zijn pensionering in Northern Wisconsin. Hij was gefascineerd door oude instrumenten en bespeelde een cello die eigendom geweest was van Louis XIV. Hieronder een foto van Lingeman op latere leeftijd.

Inline afbeelding 1  

 

            John Lingeman

 

Een jaar of tien eerder had Hogerwaard een portrettekening van zijn vriend Van der Hem gemaakt.

14. Jeugdportret van Piet van der Hem door Frans Hogerwaard.
Amsterdam of Parijs, Fraaie portretstudie (potlood) van Piet van der Hem door zijn vriend Frans Hogerwaard. Op achterzijde met inkt "Piet van der Hem jeugdportret waarschijnlijk Parijsche tijd of Amsterdam samenwoning Frans". Potloodtekening (19.2 x 11.6 cms.) op stevig papier opgeplakt op karton. Ca. 1908-1911, daterend uit de jaren dat Hoherwaard en Van der Hem in Parijs en Amsterdam samenwoonden.
   Met Piet van der Hem nam hij plaats in het comité voor het tweede A'damsch Kunstenaarsfeest in Bellevue. Bij de medewerkenden zien we Cor Kint en Mata Hari.

Inline afbeelding 12

 


Albertine Draayer-de Haan in Onze Kunst 1923


Pieter van der Hem
heeft zich twee jaar geleden ongeveer, de opdracht zien toegewezen, het ministerie Cort van der Linden in een schilderij zoo groot als een kamerwand, te vereeuwigen. Een gefortuneerd Hollander, de tachtigjarige heer Broese van Groenou, die met bewondering het laveeren van het Schip van Staat gedurende den oorlog door het toenmalig ministerie had gevolgd, was de opdrachtgever. Hoe kwam men er toe aan van der Hem deze opgave toe te vertrouwen? Hij toch was de man, die debuteerde met Parijsche café- en cabaretmilieus, die daarna aan Rusland de typeerende onderwerpen ontleende van de drankmacht en van de in het leven doorgedrongen overheersching der Staatskerk en die, terug in Nederland, alweer naar een onderwerp greep, dat zelf door zijn inhoud en beteekenis een scherpe karakteristiek uitsprak : het leven der Volendammers, hun typische dracht, zeden en bedrijf.
   Aan wie de ontwikkelingsgang van van der Hem min nauwkeurig hebben gevolgd, zou de opdracht een waagstuk hebben kunnen toelijken. Immers al de schilderijen en teekeningen der mondaines in wie, met haar eigen wuftheid, de mode van den dag, lenig en fijn lag aangeraakt, konden weinig waarborg brengen voor een groep min of meer objectieve portretten als voor een regentenstuk noodig is en evenmin konden de eenigszins theatraal geziene en o. i. niet altijd echt doorvoelde Zuiderzee-visschers veel bijdragen tot de creditzijde van de zooveel dieper gaande eischen van het portret, dat voor alles een wezenvertolking moet zijn.
   Kijkt men dat eerste tiental jaren langs, waarin van der Hems groot talent met zooveel gemakkelijke energie en zoo weinig gebreidelde levenslust het leven der kunst inschoot, dan zijn het schier niets dan — zij het wel eens wat opzichtige — krachttoeren, evenredig aan de kern van het zich jong en sterk voelen van den groot begaafde, krachttoeren, doch die vooral een uiterlijk brio, een soms indrukwekkende virtuositeit vertolken, zonder ooit van den stillen glans te reppen, die toebehoort aan de domeinen van het innerlijk leven, van dat der ziel.
   Mocht zoo het wezen van Pieter van der Hem in die jaren gelijkenis bieden met het uiterlijke bestaan der groote zeventiende eeuwers, hun volop doorvoelen van het leven bleef den modernen kunstenaar in zijn zooveel oppervlakkiger kijk daarop ontzegd.
   Het groote publiek, dat na een bepaald tijdsverloop, door en in zijn fijnste geledingen een oordeel schenkt, een oordeel dat nog al eens een kiem van ware levensvatbaarheid bezit, heeft al spoedig begrepen dat van der Hem illustrator was, meer dan rasecht schilder, uitbeelder meer dan verbeelder. En het boosaardig praatje kon ontstaan, dat een schilderij uit den Parijschen tijd van van der Hem in zijn lotsbeschikking den weg nam van de salon beneden naar de kamer van den heer des huizes boven, om ten slotte te belanden een verdieping hooger, daar waar men de logeerkamer pleegt in te richten. Werd wellicht de schilder door zijne in elk geval wel eens miskende teekeningen van het demi-mondaine leven van den weeromstuit al te ernstig? Kijken daarom de Volendammers ons met zulke noodlottige uilenblikken aan, te midden hunner door v. d. Hem als statige misgewaden geziene kleedingstukken ? Want ernstig was hij nu plotseling en ook alle kleur — en dat was het schoone dezer periode — was verhoogd in een dieper gloed tot een meer innerlijk en naar buiten uitstralend kleurleven. Tot prachtige kleurgeheelen kwam hij, veelbelovend doch waarin het wezen van den mensch op den achtergrond geraakte.
   Het was na dezen tijd, dat van der Hem plotseling verraste met een portret naar wijlen Frans Hogerwaard : een gewoon en, naar 't uiterlijk, eenvoudig portret. Op de veiling van diens œuvre, gehouden vlak na zijn dood zagen we dit portret voor 't eerst. Vol en krachtig, op 't leven betrapt, trof het dadelijk door een vrijheid van behandeling en behagelijke losheid van voordracht, die in zijn warsheid van kleinzielig gepeuter iets van dien zeldzamen vonk van het genie deed uitstralen. En daar uitbeelding en inhoud gemeenlijk door sterke onzichtbare banden verknocht liggen, was de weergave, de schildering al even kloek als de geestelijke inhoud, dien men uit dit portret opving. — Van een Frans Halsachtigen toets hebben wij bij de bespreking van dit portret in de Nieuwe Rotterd. Crt. gerept.
   Dit portret naar Frans Hogerwaard moest veler oordeel over den schilder grondig doen wijzigen. Ons was het in zijn groote schilderkracht, zijn voluit coloristische bekoring en merkwaardige raken en rijken toets de openbaring van den grootsten diepgang van des schilders talent. Thans bewees van der Hem ook een onderwerp aan te kunnen, dat niet meedroeg, niet steunde door zijn inhoud, integendeel dat geopenbaard wilde worden. Want een portret naar een mensch heeft een diep eigen leven, is min of meer een onthulling en is wel iets van heel andersgeaarde dracht dan die vlotte en ook vlakke mondainiteit waarvan van der Hem's penseel tot dusver gewaagde. Wie eens zulk een portret schilderde, heeft een graad van meesterschap bereikt, waarvan in de portretkunst het hoogste goed is te verwachten.

Onze Kunst, Geïllustreerd maandschrift voor beeldende en decoratieve kunsten, deel XL, 20e-21e jaargang 1922-1923, p. 51-56, Een modern regentenstuk, door Albertine Draayer-de Haan, geschreven den Haag, jan. 1923. Eerste helft van het artikel.
[ www20.us.archive.org/stream/.../onzekunst39v40antw_djvu.txt — §!§ ]


"Door Frans met z'n cello bezig te zien leerde men hem beter kennen dan door te trachten een gesprek met hem te voeren. In zijn liefde voor den violoncel en voor haar diepen klank lag ook zijn liefde voor sonore, rijpe kleuren, ja, in de kleur van de cello zit de grondtoonvan zijn werk en als hij een cel kocht — hij had een passie voor het ontdekken van oude instrumenten — keek hij voornamelijk naar de kleur van het boven- en rugblad" (Gerdes, zie onder litt.).

Uit een brief d.d. 15 maart 1921 van Albrecht Felix Reicher te Amsterdam aan Willem Witsen in Gambar, N.I. :
"Op 't oogenblik, dat ik deze schrijf is er een tentoonstelling in Arti van Oud-Chineesche en Tibetaansche schilderingen enz. Kunstzaal Kleijkamp. Theo Neuhuys, die zooals je weet, als Directeur aan hun zaak was verbonden, is tamelijk plotseling overleden. [ ... ]
De voorjaarstentoonstelling zal deze keer, voor 't eerst, geannonceerd worden door een expresselijk daartoe vervaardigd aanplakbiljet. Je weet, dat, na de eerste mislukking, er weer een prijsvraag is uitgeschreven (Jury de vergadering van stemhebbende leden). Jan Sluyters heeft de eerste prijs en Frans Hogerwaard de tweede gekregen".

Drie maanden later is Hogerwaard overleden, nog geen veertig jaar oud.

PIET VAN DER HEM, schilder en tekenaar, Wirdum (F.) 9 sept. 1885 – ‘s-Gravenhage 24 april 1961.
FRANS HOGERWAARD. Geboren 10 November 1882 te Batavia. Overleden 15 Juni 1921 te Den Haag. Bezocht de Kunstnijverheidsschool te Haarlem, daarna twee jaren de Rijks-Academie onder Allebé te Amsterdam. Behaalde den Prix de Rome, 1910; reisde in Spanje. 1907 Kon. subsidie. Schilder van mondain Portret en van Landschap, Spaansche voorstellingen met Figuren. Hij etste. Aldus S. J. Mak van Waay, Lexicon van Nederlandsche schilders en beeldhouwers 1870-1940.

▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄▄

Soms komt men schilderstukken in belabberde staat tegen. Het onderstaande schilderij, kort voor Hogerwaards overlijden wschl. in de buurt van Oosterbeek gemaakt, zwerft al jaren over internet zonder dat de eigenaren het willen verkopen. Er is verscheidene keren op geboden, eenmaal op twee sites tegelijk met twee biedverlopen, maar er wordt niet op gereageerd. Ik druk er toch een paar helaas slechte foto's van af, in de hoop dat iemand het met een zacht lijntje in handen weet te krijgen en de beschadigingen onder handen neemt. Zóveel Hogerwaards hebben we niet of niet meer, is mijn indruk.

Schilderij F Hogerwaard             Schilderij F Hogerwaard

           

                                                     Schilderij F Hogerwaard

 

 

 

  Frans Hogerwaard - Ets 'Danseres en gitarist'


"... hij zocht bij 't schilderen van figuur en portret bijna altijd naar een bepaalde allure, naar eene houding en geste die meer in het Zuiden dan in het koele Noorden past. „Chaque peintre fait son portrait", wordt wel eens gezegd en waar Frans door de straatjeugd met de haar eigen rake karakteristiek eens voor „Spaansche stierenvechter" werd uitgescholden,  begrijpt men dat zijn zoeken steeds gericht was op modellen, die hij kon laten gebaren als de figuren, die wij zoo goed van de werken der groote Spaansche meesters kennen. Het stil-neerzitten, zonder gebaar, dat zoo kenmerkend is bij ons Hollanders, inspireerde hem geenszins.
Toch zijn er uitzonderingen. Het portret van zijn moeder is er een van en geeft een staaltje te zien van uitstekende karakteristiek. het oude dametje, dat daar zoo liefdevol en geduldig voor haar groote ezel zit te penseelen is geheel en al zonder pose."
E. Gerdes in Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift, jg 39, deel 78, juli-december 1929, p. 231.

15. Kranteknipsel.

Terug naar boven