JOS LUSSENBURG (1889-1975)

 

 

Johannes (Jannus, Jos) Lussenburg werd op 20 nov. 1889 geboren in Enkhuizen, zeven weken vóór Cor Kint (9 jan. 1890). Zijn vader David Lussenburg had op dat moment een scheerwinkeltje aan de Dijk. Een paar jaar later zou hij een galanteriezaak aan de Westerstraat beginnen. David had liefhebberij in muziek (hij speelde saxofoon in het fanfarekorps De Eendracht) en schilderen. Jos’ moeder Baukje Kramer was een visserskind. Naar haar vader, de zeevisser en vrachtschipper Jannus Kramer, is stamhouder Jos vernoemd. In 1899 is Jos met zijn grootvader Jannus op een oude schokker meegevaren op een overtocht van Broekerhaven naar Zwartsluis, waarbij het er bar aan toeging op de Zuiderzee. Wie Jos’ beschrijving van die bijna-ondergang in dat noodweer gelezen heeft, heeft een rasverteller leren kennen en begrijpt dat deze reis – “Nou moeder, je ziene mij niet weer. Dag vader, dank je” jammerde Jos ten afscheid – de gehechtheid aan Enkhuizen en de Zuiderzee diep in hem verankerd heeft. “En toen gebeurde het wonder. Toen ik van alles afscheid genomen had genomen viel er een grote stilte in mijn ziel zoals ik in mijn latere leven niet meer gekend heb. En uit die zielsdiepe stilte groeide het besef dat mij niets meer kon gebeuren”.
Het geboortehuis van Jos stond en staat nog steeds aan de Dijk tegenover de Drommedaris, het is het tweede huis vanaf het Spui en de brug. Het verhaal van de overtocht op de schokker is te vinden in De stervende Zuiderzee p. 29 en in De stervende zee p. 41 onder de titel ‘Zeedoop’.
Lussenburg kon op zesjarige leeftijd al aardig trommelen bij De Eendracht en werd daarom kort na Kint bij Jan Piet Roda in Enkhuizen op vioolles gedaan, volgens Jos een artistieke man die hem weleens een paar tikken met de strijkstok gaf als hij vond dat Jos niet genoeg had gestudeerd. Roda gaf ook les aan Cor Kint, met wie Jos vaak ging tekenen en aquarelleren. Jaren later ontmoetten ze elkaar weer in het Amsterdamse muziekleven. Maar Jos’ leven verliep anders dan dat van Kint, die als erkend talent met materiële en geldelijke steun zonder omwegen via de lessen bij Togni in het Concertgebouworkest terecht kwam en met dat orkest in 1912 en 1913 als solist optrad. Jos moest steeds meehelpen de kost te verdienen. Na de lagere school moest Jos zijn vader (die inmiddels een galanteriezaak aan de Westerstraat had) helpen, en op de fiets in de omgeving van Enkhuizen kunstbloemen verkopen. Vader Lussenburg verhuisde naar Apeldoorn en daar hielp Jos zijn vader schilderijtjes voor toeristen te maken en ze per motorfiets aan de man te brengen. Ondertussen bleef Jos viool studeren. Het gezin trok vervolgens naar Laren, van waaruit Jos in het Gooi vioolspelend langs de huizen ging. Daar slaagde Jos' moeder, die cello speelde, erin om haar zoon bij Isaac Mossel te laten voorspelen. Mossel was eerste cellist van het Concertgebouworkest geweest en was vanaf 1904 hoofdleraar aan het Amsterdamsch Conservatorium. Hij regelde vioollessen bij Togni, bij wie ook Kint gestudeerd had en Gé van Doornik nog studeerde. Jos haalde zijn eindexamen viool aan het Amsterdamsch Conservatorium tijdens de mobilisatie, die voor hem in aug. 1914 begon. Na zijn diensttijd vervolgde hij zijn studie bij Aldo Antonietti. Op 19 juni 1917 huwde hij in Blaricum Jantje (Jans) Langedijk, dochter van de Enkhuizer groenteboer Langedijk. Ze vestigden zich omstreeks 1919 in Nunspeet. Evenals Gé van Doornik verkoos Jos een vrij leven als musicus boven een orkestbaan toen hem die door het Concertgebouworkest werd aangeboden. Dat lukte hem aardig, totdat een ernstige ontsteking in zijn linker wijsvinger in 1923 hem op aandringen van zijn vrouw deed besluiten zich geheel aan het schilderen te wijden. Het gezin vestigde zich in Nunspeet, van waaruit Jos o.a. tal van muziekgezelschappen op de Veluwe heeft geleid. Op 28 juli 1975 overleed hij.
Als kunstschilder was Lussenburg autodidact, maar in zijn studietijd na 1923 had hij ‘alles’ gelezen over schilderkunst en anatomie. Duidelijk waarneembaar is de overgang van de ‘lyrisch-romantische’, onpersoonlijke vrijblijvende schildertrant uit die jaren naar de ‘serieuze’ werkstijl, waarmee hij zijn levenstaak begon, het vastleggen van leven en bedrijvigheid rond en op de Zuiderzee.
Het schip waarop Lussenburg na 1945 het IJsselmeer bevoer heeft hij de Sjemonow genoemd, naar Kapitein Sjemonow (Sjimmenof) uit Hollands Glorie (1940) van Jan de Hartog. Tien dagen nadat het boek uit was gekomen vielen de Duitsers Nederland binnen. Hollands Glorie werd een bestseller in bezet Nederland en hoewel het geen politieke boodschap bevatte werd het een symbool van weerstand tegen de Duitse bezetting (“Hollands Glorie, potverdorie!”). De Hartog zelf zag zich hierdoor gedwongen onder te duiken en uiteindelijk zelfs een riskante - en mislukte - vluchtpoging naar Engeland te ondernemen.

Jos Lussenburg is een van de belangrijkste schilders van de NW-Veluwe uit de 20ste eeuw, zo niet de belangrijkste. Bekende vrienden en mede-kunstenaars waren Jaap Hiddink, Ben Viegers en Jan van Vuuren.
Evenals Hein de Bruin is Jos Lussenburg veelzijdig bezig geweest. Hij speelde viool en dirigeerde, hij schreef verhalen, hij tekende en schilderde, en is in de politiek actief geweest als gemeenteraadslid van zijn woonplaats Nunspeet. Eigenlijk doe je de man nog tekort, want wat zich achter deze opsomming verbergt .... Dichten kon Jos niet, al uitte hij zich af en toe in een vers, maar neem de muziek. Jos speelde behalve viool ook behoorlijk piano en slagwerk (pauken) en was misschien al door Roda op de clarinet wegwijs gemaakt. In militaire dienst kreeg hij opdracht een blaasorkest voor het 21e regiment infanterie te formeren. Verschillende professioneel opgeleide blazers waren in dienst, Jos recruteerde ze voor zijn orkest en nam de gelegenheid waar met hun hulp grondig kennis van hun instrumenten te nemen, met name van het koper (bugle, hoorn, tuba), zodat je eerder kunt vragen welk instrument hij niet bespeelde. Hij richtte de streekmuziekschool in Harderwijk op en dirigeerde symphonie-, harmonie- en fanfareorkesten met succes omdat hij voor elk instrument rake aanwijzingen kon geven en de jeugd met verstand van zaken op hun instrument kon opleiden. In het Veluws Symphonieorkest bespeelde hij als het zo uitkwam de pauken. Jos was handig ("hij had twee rechterhanden"), beschikte over fantasie en kon improviserend situaties redden die zich in dat métier plegen voor te doen. Hij verwaarloosde de methodische aanpak evenwel niet, waarvan de leerboekjes getuigen die hij schreef voor de aankomende instrumentblazende jeugd.
Lussenburg richtte na de oorlog de politieke partij Gemeentebelang (Nunspeet, voorheen Ermelo) op. Hij was gemeenteraadslid van 26 nov. 1945 tot 1 mei 1953 en van 2 sept. 1958 tot 4 sept. 1962.
Rond 1950 heeft hij enkele boeken van illustraties voorzien. Deze tekeningen zijn in de litteratuur ten onrechte onbesproken gebleven, zelfs bij Van der Beek (2010) ; hieronder staat een drietal afgebeeld, afb. 9, 10 en 11.
Over Jos Lussenburg is veel geschreven, zodat ik hier slechts een beknopte levensloop van hem schets en minder bekende of onbekende feiten uit zijn leven memoreer.
Het opschrift van zijn grafsteen te Nunspeet luidt: Jos Lussenburg 20-11-1889 — 28-7-1975 / Jans Lussenburg-Langedijk 13-12-1892 — 8-4-1981.

In 2010 heeft de nieuwe steiger die bij Enkhuizen gebouwd is voor grotere vaartuigen als salonboten, de naam Lussenburgsteiger gekregen.

Litt. (chronologische lijst)

K. Abma, Mensen en Minuten, deel I, De mentor, deel II, Het zilveren dak, z.j., ca. 1950. 2e druk Samson, Alphen a/d Rijn 1953, 3e druk 1956, eveneens Samson.
Coen Bot, Van schipbreukeling tot redder. De Librije, Haarlem, z.j., ca. 1950.
Ley Hana-Lussenburg, Een gezin trekt weg. Boom-Ruygrok, Haarlem, 1951. Illustraties Pol Dom.
Jos Lussenburg en K. Boonenburg, Stervende Zee. Amsterdam, 1963.
Jos Lussenburg. Gemeentelijke Van Reekum Galerij Apeldoorn. Katalogus nr. 126. Tentoonstelling aug.-sept. 1974.
Jos Lussenburg, Thom Stroink en K. Boonenburg, De Stervende Zuiderzee. Semper Agendo, Apeldoorn 1975.
Henk Pruis, Jos Lussenburg vertelt. Elburg, 1983.
Jubileumboek, uitgegeven ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de Vereniging Gemeentebelangen, en 40 jaar onafhankelijke politiek in de raad van de gemeente Nunspeet (voorheen Ermelo), 1962 - 1987.
Klaas Roodenburg, Kunstenaars op de Noordwest Veluwe 1880-1930. Een speurtocht. 1996.
Klaas Roodenburg, Kunstenaars op de Noordwest Veluwe 1880-1980. Het vervolg. 1996.
Bert van der Veen, Het kunstzinnig klimaat in Enkhuizen in de eerste helft van de twintigste eeuw. Steevast 1997.
Bert van der Veen, Bentveugels van Enkhuizen. Vereniging Oud Enkhuizen, 2006, p. 41-49.
Wim van der Beek, Op golven der verbeelding. Thieme Art (Deventer) 2010.



Pol Dom (1885-1978), 'Les Deux Églises de Menton', aquarel, r.o. get., 17,5x22 cm. Een sfeervol stadsgezicht van de illustrator van Een gezin trekt weg van Ley Hana-Lussenburg.



Afbeeldingen

- (1) Tekening Welkom Binnen.  Jans - Jos.  Welkomstgroet voor vrienden.
Zie verder bij de afbeeldingen.


 


- (2) Het Krabbersgat met rechts het Vuurtje (het havenlicht) van Enkhuizen. Afgebeeld in Van der Beek, p. 14.



Zie voor het Vuurtje met name de pagina van de dichter Hein de Bruin op deze site. Vergelijk aldaar afb. 2
en op deze pagina afb. 16.

 


- (3) Inkttekening Drommedaris. Rechts naast de Drommedaris is de Pancras- of Zuidertoren te zien.

 


- (4) Rijmprent Drommedaris (1942). Pentekening bij het gedicht van Jos’ zuster Ley (Alida) Hana-Lussenburg, schrijfster, vertaalster. Aleida (Ley, Lei) is geboren te Enkhuizen op 15-06-1891. Ze overleed in 1970. Op 10 sept. 1918 huwde ze in Blaricum Herman (Hendrik) Hana (1874 A'dam-1952 Ermelo), kunstschilder, graficus, schrijver, vertaler.
De tekening is een afgeleide van (2), maar zonder de Zuidertoren, die door een kleine verschuiving van standpunt achter een botterzeil schuilgaat. Op beide afb. (3) en (4) is achter de klapbrug iets van Lussenburgs geboortehuis te zien.
  Met de rug naar de Drommedaris staande zie je voor je het hoekhuis van het Spui en de Dijk (huisnummer 2). Links daarvan staat het pand waar Lussenburg geboren is. Het heeft de huisnummers 4 en 6 want het wordt in tweeën bewoond of  geëxploiteerd. Pal naast het hoekhuis Dijk nr. 2 is een deur met huisnummer 4, 'kantoor' staat er op een bordje. Achter die deur voert een trap naar de bovenverdieping. Huisnummer 6 geeft toegang tot wat nu het schipperscafé 'Het Ankertje' is en ooit tot het scheerwinkeltje van vader David Lussenburg. De gevel laat een deur zien, links en rechts geflankeerd door een raam. Nu zitten er natuurlijk de cafébezoekers achter. De ramen op de verdieping zijn de ramen van het 'kantoor'.

 


- (5) 39x33. Straatje ergens in Zuid-Frankrijk of Italië. R.o. onduidelijk gesigneerd met JL.



-- (6) 64x54. Niet gesigneerd. Achter op de lijst staat in potlood "N° 2". Wel beschreven als Oude poort en straatje in Florence, maar of het inderdaad Florence is, zou ik nader bevestigd willen zien. Op een van Lussenburgs schilderijen die kennelijk in Zuid-Frankrijk of Noord-Italië gemaakt zijn en in dezelfde soort lijst gevat zijn, staat achterop geschreven "Oude Poort in Vieux Gagnes [sic] - in de bergen van Zuid Frankrijk, tusschen Nice en Antibe [sic]". Ze kunnen misschien op 1961 gedateerd worden, maar Lussenburg heeft sinds de jaren '30 meerdere studiereizen naar Frankrijk en Italië gemaakt, en de spelling van de notitie is onmiskenbaar vooroorlogs, evenals het straatbeeld.
Aansprekende compositie. Links een Mariabeeld op voetstukje, rechts een zigeunerin. Kleurrijk, o.a. opvallend lichte tinten tussen geel en oker. Ook Hogerwaard reageerde met zijn kleurstellingen op het mediterrane licht. Vieux Cagnes was in die tijd het Montmartre van de Franse Riviera. In het huidige Vieux Cagnes heb ik dit stadsgezicht niet aangetroffen, evenmin in Antibes, Menton, Nice, Ventimiglia, Siena . . .

 


- (7) Potloodschets De HN 301 in de haven van Hoorn.

 


- (8) Olieverf Binnenhaven met Hoofdpoort of Hoofdtoren in Hoorn, 1931. Expressionistische trekjes. De stevige toren en de haven-huizen staan er enigszins uit het lood geslagen bij. In 1932 maakte de Afsluitdijk een drastisch einde aan de Zuiderzeevisserij en aan de Zuiderzeeharing (die de moeder van Cor Kint als panharing zo lekker bereiden kon ; mijn grootmoeder heeft het nog met Noordzeeharing geprobeerd), aan het aanzicht van de vissershavens en de werkgelegenheid. In 2006 werden toch weer exemplaren vam de uitgestorven geachte haring in de Waddenzee gevangen. In vergelijking met de Noordzeeharing is de zogenoemde Zuiderzeeharing korter en dikker ; ook heeft dit haringras een paar wervels minder.
Van de illegale drukkers die van tijd tot tijd in de Hoofdtoren ondergedoken zaten moet tenminste de moedige Wim Speelman (1919-1945) genoemd worden, betrokken bij Vrij Nederland, grondlegger van Trouw, op 19 februari 1945 bij Halfweg geëxecuteerd.

 


- (9) Portret van Coen Bot. Illustratie in Coen Bot, Van schipbreukeling tot redder. De Librije, Haarlem, ca. 1950. Bot was van 1923 tot 1946 schipper van de reddingboot Dorus Rijkers, hij was tevens de opvolger van Rijkers.

 


- (10) Illustratie in Coen Bot, Van schipbreukeling tot redder. "Nog eenmaal licht het stakelvuur een bede naar de wal - waarvan, zo God het wil, nog redding komen zal" (regels waarschijnlijk van Lussenburg). De omslagtekening heeft Lussenburg gesigneerd met ┘└ (J L). Als de vuurpijlen op waren maakte men stakelvuur door fakkels of witte en rode flambouwen in blikken te zetten.

 


- (11) Illustratie in K. Abma, Mensen en Minuten, deel II, Het zilveren dak (z.j. ; ca. 1950). Het water komt. Geeft de inundatie van de Wieringermeerpolder weer, 17 april 1945. Het eerste deel van Mensen en Minuten van K. Abma beschijft kort de kleutertijd van de hoofdpersoon Tjerk Hoek in Enkhuizen, ca. 1915-1922, speelt verder in Friesland en Amsterdam ; het tweede deel begint weer in Enkhuizen, in 1945 (ietwat geromantiseerd: "Geen klok laat zich horen. Geroofd door de vijand!"), waar Tjerk heeft schoolgegaan en zo meer. Tjerks vader was er dominee, Meeuwsen hoofd der school, diens zoon Roelf is apotheker. Het zijn pseudoniemen, maar dat met Enkmuiden Enkhuizen bedoeld wordt is duidelijk, temeer waar Abma een enkele keer die schuilnaam vergeet en per ongeluk ‘Enkhuizen’ schrijft.
Klaas Ruurds Abma, een Friese boerenzoon, studeerde voor notaris en vestigde zich in de 30er jaren in Amsterdam als jongste notaris ooit (30 j.), woonde in Zuid, hield kantoor aan de Keizersgracht en raakte in 1941 betrokken bij de oprichting van Vrij Nederland. Zat een jaar in Scheveningen vast maar kwam na een proces vrij.
Hij was een zoon van Ruurd Taeds Abma en Hesseltje Meintes Brandsma, geboren 7 sept. 1901 te Hidaard, gemeente Hennaarderadeel. Aangever : Ruurd Abma, 34 jaar, Boer, wonende te Hidaard.
Woonde aan de Looiersgracht 30 II. Huwde op 15 mei 1928 te Amsterdam Geertruida (Truus) Modderaar, geboren 11 jan. 1906 te Groningen, dochter van Toon Jacob Modderaar (*ca 1877 - †11-01-1968) en Karelina Willemina Wegenaar.
Op 23 mei 1928 verhuisde het echtpaar naar Vondelkerkstraat 21. Op 9 april 1932 naar Beethovenstraat 156. Op 30 maart 1937 naar Haringvlietstraat 59.
Ridder in de orde van Oranje Nassau. Drager van het verzetsherdenkingskruis.
Abma overleed 1 sept. 1989 te Amsterdam en is begraven 6 sept. 1989 te Folsgare.
Zijn vrouw volgde hem op 15 dec. 1990 te Amsterdam. Ze is eveneens in Folsgare ter aarde besteld.

                                                                               *    *

Lussenburg heeft dus tenminste twee maal een boek geïllustreerd dat de zee of een zeestadje tot onderwerp had, namelijk de Noordzee bij Den Helder en Texel (Bot), resp. Enkhuizen (Abma). Dit facet van Lussenburgs kunst is tot en met Van der Beek (2010) helaas onbemerkt gebleven.

 


- (12) Inktschets van de Drommedaris te Enkhuizen met de EH 2 (alweer!) en de EH 18, gemaakt voor Henk Pruis.
Met dank aan Bert van der Veen.

 


- (13) Olieverf. De Staaleversgracht en de Pancras- of Zuidertoren te Enkhuizen. In lichte tinten gehouden doorkijkje in Lussenburgs geboortestad. Aan het eind van het grachtje, aan de rechterkant, waar de rooilijn nog heden iets inspringt, had de vader van Harmen van der Leek zijn lak- en verffabriek. In NW-richting, achter de standplaats van de schilder, gaat de Staaleversgracht over in het Handvastwater, waar Jantje Langedijk geboren is. Haar vader had er een groentehandel.

 


- (14) Foto. V.l.n.r. Jos Lussenburg met viool, N.N., N.N. (zoons van Togni? vroeg Loek Lussenburg zich af), Jos' vrouw Jantje Langedijk met cello. Omstreeks 1918-20. Met dank aan Loek (Ludwig) Lussenburg te Haren (Gr.). Jos noemde een van zijn zoons Ludwig, vanuit de grote bewondering die hij voor Beethoven koesterde. Hij heeft verscheidene portretschilderijen den dodenmaskers van Beethoven gemaakt. Loek is op 87-jarige leeftijd in 2013 overleden.

Uit een toelichting van de Stichting Platform Werelderfgoed Nederland citeer ik : "Onder de titel 'Stervende Zuiderzee' staat deze zomer 2010 in een tijdelijke tentoonstelling het werk van de schilder Jos Lussenburg (1889-1975) centraal (15 mei tot eind oct. - Museum Schokland).
Jos Lussenburg genoot al tijdens zijn leven (internationale) faam als 'schilder van de Zuiderzee'. Hij was van jongs af aan gefascineerd door de Zuiderzee en nog juist op tijd de zoute binnenzee in al haar glorie te kunnen meemaken. In de wetenschap dat de aanleg van de Afsluitdijk een definitief einde inluidde van een tijdperk besloot hij de unieke en typische Zuiderzeesfeer in zijn schilderijen vast te leggen en voor het nageslacht te bewaren.
Zijn zeeschilderijen bleken bij een groot publiek aan te slaan. Veel mensen waardeerden de nostalgie en romantiek die ze uitstraalden. Vooral bij Nederlanders in den vreemde deden de zeedoeken het goed. Zijn reputatie groeide in binnen- en buitenland. Hij exposeerde in Los Angeles, New York, Montreal, Vancouver, Algiers en Johannesburg.
Veel schilderijen werden verkocht naar het buitenland, vooral naar Amerika. Zijn werk werd qua karakter en sfeer als typisch Hollands ervaren. Bezoekers aan zijn atelier stonden soms verbaasd te kijken dat de 'Zeeschilder' ook portretten, naakten en landschappen schilderde. Jos Lussenburg was een veelzijdig kunstenaar met een bijzondere rijke productie.
De schilderijen in deze expositie geven een indruk van dat deel van zijn werk dat hem het meest bekend maakte, namelijk als 'schilder van de Zuiderzee'."

Uit Pruis, Jos L. vertelt, citeer ik (tekst uit 1950) : Als dan de voorjaarszon dit alles overgoot met een heldere klaarheid en de oude torens zongen boven dit alles hun liedjes door de ijle lucht, dan klopte daar het hart van Holland.

Het Lexicon van Nederlandsche schilders en beeldhouwers 1870-1940 van S. J. Mak van Waay (1944) schrijft :
LUSSENBURG, JOHANNES. Geb.: 20 November 1889 te Enkhuizen. Auto-didact. Oorspronkelijk musicus (violist), doch een infectie in de linkerhand maakte aan de muziekstudie een einde en hij ging zich aan de schilderkunst wijden. Als onderwerpen kiest hij vnl. zeeën en plassen met verre horizonten, daarnaast schepen, IJselmeer-steden, figuur. Hij nam deel aan de Art Exhibition te Los Angelos in 1932. Zijn werk kenmerkt zich door een breede streek, forsch aangezet en een groote kleurgevoeligheid. Ook pastel. Woont te Nunspeet.

 

herman_hana.jpg
15. Herman Hana, schilder, portrettist, caricaturist. Echtgenoot van Ley Lussenburg.

 

Herman Hana is geboren op 17-03-1874 te Amsterdam (BS A'dam) en overleden op 11-12-1952 in Ermelo, 78 jaar oud. Beroep : Kunstschilder, tekenleraar, graficus, boekbandontwerper, vertaler, schrijver. Hij is nog altijd bekend door zijn portretten van Carry van Bruggen. Hana
(1) trouwde, 27 jaar oud, op 02-01-1902 in Amsterdam met Jeannette Adriana Heintges, 29 jaar oud. De scheiding werd geregistreerd op 30-12-1912 in Blaricum [bron: BS]. Jeannette is geboren op 27-12-1872 in Amsterdam en overleden op 24-03-1958 in Haarlem, 85 jaar oud.
(2) begon een relatie met Alberdina Booy. Alberdina is geboren op 17-08-1888 in Leeuwarden, dochter van Albert Roelofs Booy en Barbertje Dragt. Alberdina is overleden op 20-12-1964 in Abcoude, 76 jaar oud. Alberdina trouwde later op 09-09-1921 in Eemnes met Johannes van Hengel (1887-1956).
(3) trouwde, 44 jaar oud, op 10-09-1918 in Blaricum [bron: BS] met Aleida (Ley) Lussenburg, 27 jaar oud. Ley is geboren op 13-06-1891 in Enkhuizen als dochter van David Lussenburg en Baukje Kramer. Ley is overleden op 01-01-1970 in Driebergen, 78 jaar oud. Beroep: Schrijfster, vertaalster (schreef: "Een gezin trekt weg").

Jos Lussenburg ges. - Zeilschepen bij havenmond - doek - 80 x 90 cm

16. Jos Lussenburg. Botters varen de havenmond van Enkhuizen uit. 80 x 90. Rechts het Vuurtje.



17. Jos Lussenburg, Vrouw in keuken, olie op doek, r.o. gesigneerd, 50 x 70 cm. Marouflé.

- (17) Ruige zeeën, rustieke havens, verweerde visserslui, nostalgisch stedeschoon, schepen en schuiten, daarmee wordt de naam Lussenburg in eerste instantie verbonden. Maar zo'n typisch Hollandse keuken onder de lage zolderbalken van een armoedig boerderijtje, of een kleurig mediterraan straatbeeld, dat kon hij óók neerzetten.
   In dit interieur is veel te zien : allereerst de klompendragende huisvrouw die in het binnenvallend middaglicht bonen leest, een lege stoel met stoof, een vuurplaats, een zingende theeketel, een pan, een braadijzer, wat brandhout, een bezem, een hangklok (met wat lijkt een zandlopertje erop), een hangtasje ernaast, aan de andere kant het venster met een kruikje en een tondeldoos. Op de schouw borden, een kom en klein huisraad. Een vogelkooitje opzij van de vuurplaats. Aan de muur links nog een schilderij of prent. Ligt daaronder een hondje naast de vrouw? Voorbij de schouw zet de ruimte zich voort - er staat een kast, wat zakken met levensmiddelen. De klok staat op vijf voor half twee.
    Lussenburg en vooral Hogerwaard hadden geen angst voor een groot vlak, ze wisten er wel raad mee. Ik denk even aan Jozef Israels, die in 1894 n.a.v. een bezoek aan het Prado schreef "Ëen schilderijtje van naauwelijks een paar meter beangstigt ons, en wij kruipen in onze schulp en zijn schilders van de twijfeltijd en der vreugdelooze handelingen" (Een reis door Spanje, 1899). Lussenburg toverde hier een 3D leefruimte op het doek met prachtige dieptewerking. Archeologische precisie legt het af tegen de impressionistich bezielde hand en oog van De Lus . . . Lussenburg wás als het meezat in dat genre ook een mensenschilder, zijn serie koppen van vissers van Hoorn, de Zuidwal, Stavoren enzovoort is bekend. Tholen, Bakels, Weissenbruch, de Vries Lam moeten in Lussenburg, van der Hem en Hogerwaard hun meerdere erkennen in dat opzicht. Dit vrouwtje in haar keuken zouden Tholen, Bakels en Weissenbruch niet op deze wijze op doek tot leven hebben kunnen wekken, denk ik.
   Een kapitaal stuk, dit schilderij, een tafereel uit de onderste laag van de maatschappij. Alleen op te hangen in de huizen van welvarender lieden, want deze Vrouw in keuken eist zichtafstand en licht. Maar, spreek ik mijzelf tegen, al is er meestal één zichtafstand die de ideale is, ook van dichtbij bekeken heeft dit stuk veel te bieden. Ondanks de afmetingen heeft Lussenburg de intimiteit van het keukenhoekje volledig behouden.
   Mijn vier oudooms Jan, Dirk, Thijs en Arie Cornellisse leefden in soortgelijke omstandigheden in hun boerderij buiten Uitgeest, op Dorregeest aan het meer. Vier vrijgezellen, vier broers. Na de oorlog hebben ze de stolp met bedsteden en al laten slopen en zich iets non-descript nieuws laten aanpraten.




Terug naar boven