-----

 


- (1) “.... zitten de oude mannekens, knus op een hoopje, en bol in de poffing van hun wijde kleeren, op het gezellige pothuisje bij de brug”. Alie van Wijhe-Smeding, Grillige Schaduwen - Enkhuizer Vertelsels , blz. 25. Grillige Schaduwen is een bundel verhalen uit de jeugd van Alie Smeding, veel later uitgegeven (1e en 2e druk 1930).

- (2) Vergelijk de eerdere afbeeldingen van deze plek door Tamson (1912) en Van Doornik (1921).
Over het havenhoofd liepen de passagiers uit Urk, Harlingen en Lemmer, onder het plankier zochten minder bedeelden weleens beschutting.
"Hè-je geen karweitje voor me?", vroeg Bertus nederig, zijn stem stokte in vrees-voor-weigering. [...] Maar de boer lachte. "Wat kon dié werken?", dacht hij. [...] Bertus liep wezenloos door naar de stad. Er was géen gedachte in zijn hoofd, weinig verstand had Bertus ook maar, hij was een misdeelde, wreed noemden de menschen hem "idioot". Maar dat eene was er toch wel altijd in zijn doffe hersens : de wilde begeerte naar gestadige arbeid, naar iets waaraan hij zich ten volle geven kon . . . In de straatjes van de kleine stad was het leeg, leeg en doodstil. [...] Toevallig ging hij een weg uit naar zee. Het water had gouden wegen van zon, en de deining zong droomerig zacht tegen de steenen wallen. Schuw meed Bertus de enkele menschen rond-om, hij kroop weg onder het plankier van het havenhoofd en luisterde naar het neuriënd water. "Waarom bin ik toch zoo as ik bin", tobde hij, "ik zou zóo me best doen as ik sterk genoeg was, as ze me wouen, maar ik . . . ik bin er voor niks . . . voor niks".
Uit : Alie van Wijhe-Smeding, Oude kennissen, 1932, blz. 53.

Paul van Dam, ontwerper, illustrator, maakte litho's, houtsneden en dergelijke, schreef Schabloneeren, uitgegeven door de firma Talens in 1925, bevattende 18 pag. tekst gevolgd door vele modellen van schablonen naar ontwerpen van de schrijver. Zie voorts Alie Smeding, Schrijfster uit Enkhuizen, in Uitgelezen Boeken, katern voor boekenkopers en boekverkopers, jg 3 nr 2, juli 1988, blz. 44 vv.

Voorvertoning: Mensen uit een stil stadje

Met haar boek ‘Menschen uit ’n stil stadje’ (1920) brak Alie Smeding (1890-1937) als schrijfster door. Ze woonde bij haar ouders in het nog bestaande grote pand op de hoek van Havenweg en de Brugstraat. Haar vader was kompasmaker en dreef daar een winkel in scheepvaartbenodigdheden.

1. J. G. Veldheer. Houtsnede Op Marken.

- (1) Deze houtsnede is getiteld "Op Macken" (drukfout). Het betreft een voorafdruk in donkergroene inkt uit 1897 van de uitein­delijke afbeelding inJ. G. Veldheer - Op Marken het Duitse kunsttijdschrift PAN (V, Heft 1) uit 1900. Ze komt niet voor in Oude Hollandsche dorpen aan de Zuiderzee door J. G. Veldheer en W. J. Tuyn.


 

 

J. G. Veldheer - De Drommedaris

2. J. G. Veldheer, houtsnede Drommedaris te Enkhuizen.

 

- (2) Op deze houtsnede zijn de z.g. quarantainehuisjes aan de voet van de Drommedaris duidelijk te zien. Rechts de huizen van de Bocht.


Jacobus Gerardus Veldheer werd op 4 juni 1866 geboren te Haarlem. Hij was leerling van de Akademie v. B.K. in Den Haag (1889-1891). Hij woonde en werkte in Haarlem tot 1894 (Den Haag 1888-1891), Parijs 1895, Visé (België) tot 1898, Neurenberg (Dld) 1903-1904, Bergen (N.H.) tot 1914, Laren (N.H.) tot 1919, Bergen (N.H.) tot 1920, daarna in Blaricum. Hij maakte veel reizen naar Zwitserland (Ascona) en Frankrijk. Hij schilderde, tekende, etste en lithografeerde bloemen, stadsgezichten, landschappen (bij Ascona), heeft veel houtsneden gemaakt, illustreerde (boeken), ontwierp ook boekbanden. Tevens kunstcriticus voor dagbladen. Hij was lid van Arti et Amicitiae, Pulchri Studio en de Ver. ter Bevordering der Grafische Kunst. Hij gaf les aan zijn zoon J.M. Veldheer en aan J. Bakker, T. Bakker, J. Bander, F.W.J. Bosen, M. Cramer, G. J. Gerrits, A. barones van Harinxma thoe Slooten, J.Th.A.C. Hoijer, E.E. Pijpers en Tj. Visser. Hij overleed te Blaricum op 18 oktober 1954.

"Ik vertoefde in het voorjaar en de zomer van 1914 voor het laatst voor langere tijd in Duitsland, en wel te Leipzig, ter gelegenheid van de Bugra, een der grootste tentoonstellingen van grafische kunsten en boekkunst bij mijn weten ooit gehouden. Mijn dagelijkse Nederlandse vriend aldaar was J.G. Veldheer, wiens houtsneden toen zeer in trek waren. Het waren rijke maanden; een onafgebroken feest voor de oprechte boekenminnaar, boekenmaniak, die ik toen was.
Jaap Veldheer en ik moeten een vreemd paar geweest zijn voor de onbevangen toeschouwer. Hij was klein van stuk, maar gedrongen en sterk. Zijn gelaat was gebronsd en zijn uitzicht donker. Hij was altijd in een tweed sportachtig flodderpak gehuld en droeg er ook een slap tweed hoedje bij, dat in de loop der jaren wonderlijke vormen had aangenomen. Ik, ook niet groot, maar iets langer dan hij, bleek van gelaatskleur en speldmager. Ik kon, naar de geliefde uitdrukking van mijn moeder, met de konijnen door de tralies eten. Na de middagrust was ik onveranderlijk gekleed in een jacquet met gestreepte broek, het jeugdige hoofd bedekt door de hoge hoed welke in Zuid-Afrika een keil genoemd wordt. Het is in die Leipzigse tijd van maart tot september dat ik met Hasenclever, Kurt Pinthus en Franz Werfel vriendschap sloot." Jan Greshoff in Afscheid van Europa (1969), p. 156-7.

3. W.O.J.N. Nieuwenkamp. Enkhuizen.


Dom Paul

Paul Dom (1885-1978), olieverf op doek Gezicht op Delft met figuren op brug bij gracht. 70 x 60 cm.

Terug naar boven